| Inloggen  | Webmail  | Magister    
   Trainingen


Faalangst-reductietraining


Voelt een leerling zich onzeker of is deze erg bang om fouten te maken, dan kan de faalangst-reductietraining helpen om hier iets aan te doen. Deze training wordt gegeven in de eerste twee klassen door de zorgcoördinator. Gedurende 10 weken wordt er gewerkt aan de theoretische kant van faalangst en wordt er door middel van diverse opdrachten geoefend met verschillende situaties. Via de mentor en de ouders kan een leerling hiervoor worden opgegeven, uiteraard kan de leerling ook zelf aangeven dat dit iets voor hem/haar zou kunnen betekenen.

Het komt ook regelmatig voor dat leerlingen pas in de bovenbouw last krijgen van faalangst. Het is dan mogelijk (in overleg met mentor/afdelingsleider) om hier met de zorgcoördinator goed naar te kijken. Soms kan het opgepakt worden met de zorgcoördinator zelf, soms is het beter om hier extern naar te laten kijken.

Sociale vaardigheidstraining

Soms kan een training sociale vaardigheden raadzaam zijn. Je leert dan bijvoorbeeld hoe je voor jezelf kunt opkomen of hoe je met reacties van anderen kunt omgaan. Hieronder staat een korte beschrijving
van de sociale-vaardigheidstraining.

De training is bedoeld voor een groepje leerlingen (8-12) uit de onderbouwklassen (klas 1, 2 en 3). Het gaat hierbij om jongens en meisjes die teruggetrokken gedrag vertonen, bang zijn om iets in de groep te zeggen of moeilijk contact leggen met anderen. Daarnaast gaat het ook om leerlingen die te dominant aanwezig zijn in de groep. De groep zal bestaan uit één of twee dominante leerlingen en overwegend teruggetrokken leerlingen.

Er wordt gestreefd naar een gevarieerde mix van jongens en meisjes en van leerlingen uit de 1e, 2e en 3e klassen. Deze leerlingen zullen onder begeleiding van docenten die op dit gebied kundig zijn rollenspellen uitvoeren om ander gedrag te oefenen en te observeren, zodat ze ervaren hoe bepaald gedrag beter (anders) overkomt.

Hoe ziet zo'n training eruit?

Tijdens iedere les staat een thema centraal:
1.   luisteren
2.   complimenten geven en ontvangen
3.   emoties laten zien
4.   observeren
5.   lichaamshouding/gezichtsuitdrukking/stemgebruik
6.   praatje beginnen
7.   omgaan met redelijke en onredelijke weigeringen
8.   onderhandelen
9.   aanpakken
10.  nee zeggen
11.  fouten toegeven
12.  omgaan met pesten
13.  samenwerken

De afzonderlijke thema´s zullen elkaar regelmatig overlappen of aanvullen. Na iedere les krijgen de leerlingen een klus mee naar huis. Dat is een soort huiswerkopdracht. De opdrachten variëren van observeren van andermans gedrag tot zelf uitproberen van bepaald gedrag. De leerlingen kunnen zichzelf aanmelden, maar ook door hun docenten en/of ouders voor deze training worden aangemeld. In ieder geval wordt er vooraf met de leerling gesproken over de inhoud van de cursus, om te bepalen of de training iets voor hem of haar is.

De leerling wordt niet gedwongen om mee te doen, maar kiest er zelf voor om (niet) aan de training deel te nemen.


Faalangst-reductietraining


Voelt een leerling zich onzeker of is deze erg bang om fouten te maken, dan kan de faalangst-reductietraining helpen om hier iets aan te doen. Deze training wordt gegeven in de eerste twee klassen door de zorgcoördinator. Gedurende 10 weken wordt er gewerkt aan de theoretische kant van faalangst en wordt er door middel van diverse opdrachten geoefend met verschillende situaties. Via de mentor en de ouders kan een leerling hiervoor worden opgegeven, uiteraard kan de leerling ook zelf aangeven dat dit iets voor hem/haar zou kunnen betekenen.

Het komt ook regelmatig voor dat leerlingen pas in de bovenbouw last krijgen van faalangst. Het is dan mogelijk (in overleg met mentor/afdelingsleider) om hier met de zorgcoördinator goed naar te kijken. Soms kan het opgepakt worden met de zorgcoördinator zelf, soms is het beter om hier extern naar te laten kijken.

Sociale vaardigheidstraining

Soms kan een training sociale vaardigheden raadzaam zijn. Je leert dan bijvoorbeeld hoe je voor jezelf kunt opkomen of hoe je met reacties van anderen kunt omgaan. Hieronder staat een korte beschrijving
van de sociale-vaardigheidstraining.

De training is bedoeld voor een groepje leerlingen (8-12) uit de onderbouwklassen (klas 1, 2 en 3). Het gaat hierbij om jongens en meisjes die teruggetrokken gedrag vertonen, bang zijn om iets in de groep te zeggen of moeilijk contact leggen met anderen. Daarnaast gaat het ook om leerlingen die te dominant aanwezig zijn in de groep. De groep zal bestaan uit één of twee dominante leerlingen en overwegend teruggetrokken leerlingen.

Er wordt gestreefd naar een gevarieerde mix van jongens en meisjes en van leerlingen uit de 1e, 2e en 3e klassen. Deze leerlingen zullen onder begeleiding van docenten die op dit gebied kundig zijn rollenspellen uitvoeren om ander gedrag te oefenen en te observeren, zodat ze ervaren hoe bepaald gedrag beter (anders) overkomt.

Hoe ziet zo'n training eruit?

Tijdens iedere les staat een thema centraal:
1.   luisteren
2.   complimenten geven en ontvangen
3.   emoties laten zien
4.   observeren
5.   lichaamshouding/gezichtsuitdrukking/stemgebruik
6.   praatje beginnen
7.   omgaan met redelijke en onredelijke weigeringen
8.   onderhandelen
9.   aanpakken
10.  nee zeggen
11.  fouten toegeven
12.  omgaan met pesten
13.  samenwerken

De afzonderlijke thema´s zullen elkaar regelmatig overlappen of aanvullen. Na iedere les krijgen de leerlingen een klus mee naar huis. Dat is een soort huiswerkopdracht. De opdrachten variëren van observeren van andermans gedrag tot zelf uitproberen van bepaald gedrag. De leerlingen kunnen zichzelf aanmelden, maar ook door hun docenten en/of ouders voor deze training worden aangemeld. In ieder geval wordt er vooraf met de leerling gesproken over de inhoud van de cursus, om te bepalen of de training iets voor hem of haar is.

De leerling wordt niet gedwongen om mee te doen, maar kiest er zelf voor om (niet) aan de training deel te nemen.